PANTERNIEUWSJES

Lente 2022

De tentoonstellingen van Fred Bervoets, ‘Tomorrow is an other day.’ en Michel Buylen, ‘Voorwoordelijk’, lopen van 16 april t.e.m. zondag 26 juni. Zij starten tijdens het openingsweekend op zaterdag 16 en zondag 17 april van 11 uur tot 19 uur. De galerie neemt deel aan het Antwerp Art Weekend tussen 26 en 29 mei 2022. www.antwerpartweekend.be/ ‘Tomorrow is an other day’ Fred Bervoets Fred Bervoets (Burcht 1942) stelt onder de titel “Tomorrow is an other day” van 16 april tot 22 juni 2022 zijn recent werk (periode 2019 – 2022) tentoon in de Galerie De Zwarte Panter, die reeds van 1969 met hem samenwerkt. Bij die gelegenheid verschijnt tijdens de expo een nieuwe monografie over zijn werk met een tekst van kunsthistoricus em. prof. dr. Paul Huvenne. Uit zijn diepgaand essay drie typerende citaten: “Fred Bervoets is 80 geworden. Zijn dies natalis is 12 mei 1942. Wat uitnodigt tot een terugblik op zijn indrukwekkend oeuvre. Maar Fred is nog volop bezig. Te bezig om nu al om te kijken. Te bezig met de noodzaak van het creëren. Geen tijd om stil te staan bij overzichten van zijn oeuvre. Wat hij heeft opgebouwd over al die jaren, en hij is er vroeg aan begonnen, is verworven. Net zoals zijn kennis en inzicht in het werk van zijn voorgangers en zijn greep op het metier voor hem verworven zaken zijn. Het maakte hem op latere leeftijd tot een inspirerende leraar. Dat wel. Gevierd door succesvolle oudleerlingen die hem op de handen dragen. Maar het bracht hem niet de luwte om te berusten en het ontnam hem evenmin de drang om zichzelf heruit te vinden en zijn publiek te confronteren met wat hem bezighoudt.” … “Ook zijn recente werk is monumentaal en door de band muurvullend. Maar die wall-power geldt evenzeer voor zijn kleinere composities, met hun grafisch kluwen dat de kijker opzuigt in een labyrint van beelden en tekens. Het zijn werelden vol verhalen en anekdotes die zich laten lezen in de expressie van een samengebald beeld dat een en al uiting is van angst, koleire, tederheid en theater. Vaak gelijktijdig doodernstig en vol humor, vaak zelfspot.” … “Later…”, zo waarschuwt Hugo Claus, zijn zoon in zijn Thomas-gedicht: “Later wordt uw leven een plakboek…” Als je te veel gevierd wordt is dat al te vaak een veeg teken omdat alles dan in feite voorbij lijkt. Niet zo bij Fred, die doorwerkt alsof hij nog niets gedaan heeft. Tomorrow is another day is zijn nieuwe motto, als antwoord op de stand van zaken. Alsof hij zijn kijk op de kunst nog in daden moet bewijzen. En het is alsof men nu pas gaat beseffen welke plaats hem toekomt.” ‘Gewoon Ongewoon’ Fred Bervoets in museum De Reede Naar aanleiding van de 80ste verjaardag van de kunstenaar wordt tevens een retrospectieve tentoonstelling van zijn grafisch oeuvre gerealiseerd door het dynamische museum De Reede te Antwerpen, dat onder de kundige leiding van Harry Rutten reeds schitterende exposities heeft gebracht. De expo heeft als titel “Fred Bervoets – gewoon ongewoon”. In de catalogus komen teksten van Harry Rutten zelf, Paul Ilegems en Ernest Van Buynder. Kunsthistoricus Paul Ilegems was een collega van Fred Bervoets op de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen (KASKA) en volgt het werk van de kunstenaar reeds decennia. Ernest Van Buynder heeft zich toegespitst op zijn grafisch werk. Uit zijn essay volgende alinea: “Fred Bervoets manifesteert zich vooral sedert de jaren tachtig van vorige eeuw meer en meer als een peintre-graveur. Hij gebruikt de etstechniek niet als reproductiemethode, maar als zuiver expressiemiddel. Stuk voor stuk getuigen zijn vaak chaotische of soms verstilde, zwart-witte of kleurrijke werken van werkkracht en picturale gedrevenheid. De wereld die hij creëert, is een sterk autobiografische weerspiegeling van zijn eigen denk- en leefwereld. In feite zou men kunnen stellen dat bijna alle werken van Bervoets zelfportretten zijn. Zijn liefde voor de grafiek dateert reeds van zijn studententijd aan de Antwerpse Academie, waar hij trouwens zelf een gewaardeerd docent werd, en aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten toen nog te Antwerpen gevestigd. De graficus René De Coninck, die vanaf 1946 docent gravure was aan de Antwerpse Academie heeft hier een stimulerende rol gespeeld. Fred Bervoets beheerst het métier en werkte dan ook nauw samen met meesterdrukkers: vanaf 1970 tot heden met het etsatelier van Roger Van Akelijen, vanaf 1973 tot 1999 met het zeefdrukatelier van Roger Vandaele en vanaf 2000 met de lithografie-ateliers Rudolf Broulim en vanaf 2016 Atelier Hans Van Dijck. De bibliofiele edities die Fred Bervoets realiseerde, vooral met Marcel van Maele en andere schrijvers-dichters en essayisten als Hugues C. Pernath, Remco Campert, Jan Christiaens, Paul de Vree, Pjeroo Roobjee en Michel Oukhow werden eind 2018 getoond in de schitterende expositie “Schilders & schrijvers – vijftig jaar Galerie De Zwarte Panter in druk – 1968-2018” die plaats vond in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience te Antwerpen.” info@museum-dereede.be Ernest Van Dijckkaai 7. Van 27 mei tot en met 5 september. “Herinneringen en sequenties” Werk van Fred Bervoets is ook te zien in deze grafiekexpo in cultuurhuis de Bijl te Zoersel van 1 april tot 24 april 2022, met als curator de kunstenaar Chris Van der Veken (www.zoersel.be). Het “Lieu d’Art et Action Contemporaine” (LAAC) van Duinkerken (F) is een mooi museum voor moderne en hedendaagse kunst, dicht bij het strand, met een rijke verzameling van COBRA tot heden. Nu is de collectie van Maurice Verbaet er te gast, onder de titel “Belgitudes”, met werk van onder meer Fred Bervoets, Hugo Claus, Tapta en Yvan Theys (www.musees-dunkerque.eu). Het Felixart Museum te Drogenbos brengt van 3 februari tot 25 september 2022 de collectie Thomas Neirynck onder de titel “Van privé naar publiek – van sentiment naar lyrische expressie”. Thomas Neyrinck (1924-2010), mecenas en kunstverzamelaar, schonk zijn kunstverzameling die hij sinds de Tweede Wereldoorlog opbouwde aan de Koning Boudewijnstichting, zodat ruim 700 naoorlogse kunstwerken van voornamelijk Belgische kunstenaars publiek werden. In het Felixart Museum wordt in dat kader werk getoond van onder meer Fred Bervoets en Serge Vandercam (www.felixart.org). “Ysbrant. Gloeiend doek nooit geblust. Theater, film en opera in het oeuvre van Ysbrant.” Deze expo is een hommage aan de veelzijdige kunstenaar Ysbrant Van Wijngaarden (1937- 2021). Bij die gelegenheid verscheen een nieuwe publicatie “Ysbrant. Gloeiend doek nooit geblust” van samensteller/curator Frank Herreman. Het boek bevat ook de dvd van de film. Cultuurcentrum De Borre te Bierbeek. Deze tentoonstelling is nog te bezoeken tot en met 30 april 2022 (www.ccdeborre.be). De tentoonstellingen van Frieda Van Dun, ‘Alles stroomt’ en Kiro Urdin, ‘Tabula Rasa’ lopen nog tot en met zondag 10 april

‘Making my Past’ van Michel Buylen

Zijn werk kent veel voor-, maar ook tegenstanders. De vraag is: wie kijkt goed en wie niet? Dat is de hamvraag bij elk oeuvre. Bij Michel Buylen stelt zich dat pertinent In het Museum van Deinze en de Leiestreek (Mudel) liep deze zomer de tentoonstelling ‘Making my Past’ van de Gentse beeldend kunstenaar Michel Buylen (1953) met tekeningen en vooral schilderijen die Buylen de voorbije veertig jaar heeft gemaakt. Eerst werkte hij met inkt en kleurpotlood (enkele werken in dat genre zijn te zien), in 1986 schakelde hij over op acrylverf op paneel. Zoals de titel suggereert is Michel Buylen een hedendaags kunstenaar, maar denkt hij graag in het verleden, met een groot respect voor de Vlaamse, Engelse en vooral Franse Oude Meesters. Buylen schildert portretten, marines, stillevens, landschappen, fauna en flora, naakten, in wat op het eerste gezicht ‘fijnschilderen’ of hyperrealisme lijkt. Maar elk werk, in welk genre dan ook, draagt vaak een shift in zich, door net van dat realisme af te wijken, met het toevoegen van een detail, vaak in goudverf. Buylen plaatst een naakt lichaam graag in een landschap of waterpartij, waarbij het ene niks met het andere te maken heeft, maar net door die combinatie ontstaat er een zeker onbehagen, een beladen sfeer. Buylen is een observator van de kleinste details: een schelp of waterbubbel in het zeewater dat aanspoelt, een puistje of moedervlek op de huid van een naakt, ‘the eye of the beholder’ in een portret. Hij kiest voor de schoonheid van de imperfectie. Buylen vertrekt altijd van een foto, op zich al een bewerkelijk gegeven, en zorgt dan in zijn schilderproces voor een doorgedreven transformatie. Van Eyck-specialist Maximiliaan Martens (Ugent) schrijft in de catalogus: ‘Het schilderij is niet zomaar een doorgedreven mimesis van de oorspronkelijk gefotografeerde werkelijkheid. Die nieuw gecreëerde realiteit wordt door wie niet de moeite doet of niet in staat is om nauwkeurig te observeren, al te makkelijk met het vermeende vertrekpunt verward. Dat laatste is dan nog niet eens bekend, want de kunstenaar heeft zijn werkfoto’s nooit geëxposeerd.’ Een opmerkelijk fenomeen is hoe Buylen water schildert: een oprijzende golf, het rimpelen van een vijver, het water in een zwembad. Ik heb er nooit vat op gekregen, maar Martens verwoordt het eenvoudig: ‘Buylen beseft, net als Van Eyck, dat water enkel vormelijk gedefinieerd kan worden door de optische refractie van licht en de reflectie van omgevingsobjecten.’ In de doorwrochte hoofdtekst in de catalogus voegt ex-KMSKA-directeur Paul Huvenne daar aan toe: ‘Ik hoef Michel Buylen niet te vragen wat hem bezielt om in de eenentwintigste eeuw nog te schilderen met de precisie van de maker van het Lam Gods. Zijn werk beoogt een andere werkelijkheid. Buylen is hedendaags, alleen al daardoor is zijn kunst fundamenteel anders van aard. Maar hij schuwt de traditie niet.’ Buylen is een romanist, afgestudeerd aan Ugent, en als kunstenaar een autodidact, hij volgde geen kunstacademie. Maar zijn kennis van de kunstgeschiedenis en de literatuur, met een grote voorliefde voor de Franse variant, is fenomenaal. Dat vormt de esthetische en ideologische basis van zijn oeuvre. Het naakt is daarin een belangrijk existentieel gegeven, zoals het dat in de hele kunstgeschiedenis was. In het boek ‘Michel Buylen’ schreef ik in 2004: ‘Toen Buylen rond 1985 met zijn ‘bloten’ begon wou hij absoluut dat existentiële beklemtonen. Een zin die hem toen sterk beïnvloedde was van Stéphane Mallarmé, “la chair est triste, hélas!”. Dat refereert aan de gedachte: het bloot is de existentiële ervaring waarmee de toeschouwer bewust wordt van zijn eigen eindigheid.’ Als criticus had ik het vaak moeilijk met die vele naakten en bloten, zeker in de opdrachtportretten die hij geregeld maakte en maakt. Niet uit pudeur, maar om de keiharde metaforische zeggingskracht. Ik besef meer en meer dat dit aan mezelf ligt, en niet aan de kunstenaar. Buylen is een beredeneerd, soms uitdagende virtuoos die de rollen omdraait: zie ik wat jij ziet? Om nog eens Paul Huvenne te citeren: ‘Buylen schildert met grote argwaan voor excentrieke effecten waarop mode en hypes drijven. Die leiden ons immers af van wat we echt zouden moeten zien.’ Ondergetekende volgt het oeuvre van Michel Buylen al dertig jaar. De kunstenaar heeft een kleine, maar koppige kring van bewonderaars en verzamelaars, maar in de bredere kunstscene is hij nooit echt doorgebroken. Zoals Paul Huvenne het raak omschrijft: ‘Michel Buylen heef zijn oeuvre opgebouwd op een moment dat de musea voor hedendaagse kunst door de pleinvrees van hun curatoren voorbij zijn gegaan aan een complete generatie modernen die niet in hun conceptuele vertoog pasten.’ Dat is schilders als Jan Vanriet, Fik Van Gestel, Karel Dierickx en vele anderen ook overkomen. Misschien moet daar eens over nagedacht worden. Marc Ruyters Website “H”art, 03-08 2021 Naar aanleiding van de retrospectieve in het Museum van Deinze en de Leiestreek verscheen het gelijknamige boek uitgegeven door Hannibal Books met teksten van Paul Huvenne, Wim Lammertijn en Maximiliaan Martens waarin meer dan honderd werken uit de hele carrière van Michel Buylen bij elkaar zijn gebracht. De publicatie is verkrijgbaar aan 39,50

Een bibliofiele editie, Making My Past, beperkt tot 15 exemplaren, werd uitgegeven door de Vrienden van De Zwarte Panter, vormgegeven door Thomas Soete en uitgevoerd door Boekbinderij Jansen. Deze editie bevat een originele kleurpotloodtekening L’Œil de Steph door Michel Buylen. De prijs bedraagt 800 € en kan gestort worden op rekening IBAN: BE96 0682 0095 2705 van vzw Vrienden van De Zwarte Panter. Enkele exemplaren zijn nog beschikbaar

PANTERNIEUWSJES

Winter 2022 

De tentoonstellingen van Kiro Urdin, ‘Tabula Rasa’ en Frieda Van Dun, ‘Alles stroomt’, lopen van 29 januari t.e.m. zondag 10 april. Zij starten tijdens het openingsweekend op zaterdag 29 januari en zondag 30 januari van 11 uur tot 19 uur.

Kiro Urdin, ‘Tabula Rasa’ “Tabula Rasa” is de titel van de eerste tentoonstelling van de Macedonische/Franse kunstenaar Kiro Urdin (Strumica, Macedonië, 1945) in de galerie De Zwarte Panter. De titel komt uit het Latijn. Tabula Rasa wijst op een gladgemaakt wastafeltje, dus een plankje waarop de tekst is uitgewist. En ook de kunstenaar wil als het ware als op een nog onbeschreven blad papier deze expo realiseren. Bij zijn bezoek aan de galerie was de kunstenaar onder de indruk van de ruimtelijke mogelijkheden in de voormalige kapel, in het bijzonder de grote wand. Hij startte een work-in-progress, een monumentaal ca. 10 meter breed lyrisch abstract schilderij onder de titel “Tabula Rasa”, al het voorgaande buiten beschouwing laten, met een schone lei beginnen. Dit werk zal na de opstelling gefotografeerd worden en in de catalogus, die verschijnt in de loop van de expo, worden opgenomen. Het is een uitgave van Kloser-Contemporary Art en De Zwarte Panter. In deze catalogus verschijnt een essay waarin Klaus Pas de artistieke echo’s van Kiro Urdin juist omschrijft door te verwijzen naar de Cobra-beweging (1948-1951), de Action Painting van Jackson Pollock en de Art Informel van Georges Mathieu uit de jaren vijftig van vorige eeuw en naar de Gutai-beweging in Japan uit de jaren zestig. En er is natuurlijk de herontdekking van de schilderkunst in de jaren tachtig, na de hegemonie van de Concept Art en de Minimal Art. En die schilderkunst maakt ook vandaag nog internationaal opgang. Maar in heel die beweging is Kiro Urdin fundamenteel eigenzinnig gebleven. En het is precies de schilderkunst die in de reeds meer dan een halve eeuw geschiedenis van de galerie De Zwarte Panter centraal heeft gestaan. Terecht heeft kunsthistoricus Johan Pas het boek rond de geschiedenis van de galerie in de periode 1968-2008 de titel gegeven: “Een andere avant-garde De Zwarte Panter” (Lannoo, 2008). Het schilderkunstig oeuvre van Kiro Urdin getuigt van zijn blijvende gedrevenheid en uitzonderlijk dynamisme, kwaliteiten die ook galeriehouder Adriaan Raemdonck getroffen hebben. Met dit project “Tabula Rasa” plaatst Kiro Urdin zich in een traditie waarbij talrijke kunstenaars uit de galerie de wand met monumentaal werk hebben bekleed. Enkele voorbeelden ter illustratie. Jan Cox schilderde de indrukwekkende grote taferelen uit de “Ilias van Homerus” in de kapel zelf in 1975 en twee jaar later creëerde de Oostenrijker Alfred Klinkan een schilderkunstige installatie in die ruimte. Ysbrant schilderde en toonde er in 1978 zijn episch werk “De Vliegende Hollander”, nu in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam. In 1984 schilderde Fred Bervoets er het monumentale werk “War and War, Love story”. In zuivere Cobra-traditie creëerden Fred Bervoets/Hugo Claus/Jan Decleir in de kapel gezamenlijk werk, dat in 2005 getoond werd in de expo onder de titel “Driekleur”. Ook de andere kunstenaars van de galerie hebben hun monumentaal werk aan die imposante wand in de kapel getoond, en meteen zien we dat Kiro Urdin met “Tabula Rasa” zich in de picturale/sculpturale traditie van galerie De Zwarte Panter plaatst. Het verlangen naar het ‘echte schilderen” kenmerkt het oeuvre van Kiro Urdin. Hij heeft bijgedragen om de schilderkunst haar hartstocht en haar centrale plaats in de hedendaagse kunst terug te geven. Dit is de synthese van het catalogusartikel van Ernest Van Buynder, erevoorzitter MuHKA, die trouwens het werk van Kiro Urdin al enkele decennia volgt.

Frieda Van Dun, ‘Alles stroomt’ Frieda Van Dun (Weelde 1951) stelt nieuw werk voor onder de titel “Alles stroomt”. In een eigen artistieke versie vertolkt zij de stelling van de Griekse natuurfilosoof Heraclitus (ca. 500 v. Chr.) Panta Rhei: alle dingen veranderen voortdurend, alles is steeds in wording, in onophoudelijke beweging. Frieda Van Dun woont en werkt in Antwerpen. Zij heeft reeds gedurende ruim drie decennia menigvuldige contacten met de kunstenaars rond de galerie De Zwarte Panter. Haar eerste groepstentoonstelling in de galerie De Zwarte Panter dateert van 2008 met als titel “(W)onderweg”, een uniek project rond autisme. Haar eerste individuele tentoonstelling in de galerie had plaats in het najaar 2011 onder de titel “De weg naar beweging” met uitgave van een (bibliofiel) boek met teksten van Roger de Neef. Haar inspiratiebron is steeds de natuur geweest: bloemen, planten, dieren, vissen, vogels, maar ook de muziek. Zij liet zich voor de huidige tentoonstelling inspireren door de minimalistische, repetitieve muziek van de generatiegenoten, de Amerikanen Philip Glass en Steve Reich. Maar de natuur en de muziek zijn slechts een aanleiding. Het werk van Frieda Van Dun handelt over het picturaal verlangen, over het schilderkunstig proces, over de liefde voor het schilderen. Zij experimenteert met verschillende dragers en technieken: acryl op doek of op papier, gouache op papier, collage, églomisé, 3-D printing, keramiek, etsen, … In die geest is haar werk onderzoekend, wat beantwoordt aan een actuele trend. Hedendaags is ook het deconstruerend karakter van haar eigen abstraherende stijl, die tussen de figuratie en de abstractie ligt. In 2018 trad Frieda Van Dun in dialoog met dichter Emile Verhaeren in het gelijknamige museum in Sint-Amands-aan-de-Schelde onder de titel “Vier Seizoenen”. In 2019 kwam een mooi vervolg aan deze expo in Parijs, in het prestigieuze Goralska Résidences Paris Bastille met de tentoonstelling: “Deux artistes Frieda Van Dun – André Goezu. Deux poètes Emile Verhaeren – Arthur Rimbaud”. Deze expo werd ingeleid door Gaëtan Poelman, de délégué général van de Vlaamse regering in Frankrijk en door Ernest Van Buynder, erevoorzitter MuHKA. De essayist Patrick Auwelaert heeft een mooie synthese geschreven: “Eén ding hebben beide kunstenaars Frieda Van Dun en Emile Verhaeren alvast gemeen: hun muzikaliteit, ritme en beweging. Zelf omschrijft Van Dun haar schilderijen als ‘kleurklanken in beweging’. In de natuurlyriek van Verhaeren proeft men dan weer de bewogen klankkleur van de woorden”. De huidige expo “Alles stroomt” is weer een nieuwe stap in haar consequente evolutie en onderzoek naar beweging, kleur en materie. De tentoonstelling van Dr. Hugo Heyrman, ‘Why, What, When & Where is an Image?’ loopt nog tot en met zondag 23 januari. Het gelijknamige boek is nog verkrijgbaar in de galerie Ysbrant (1937 – 2021) Begin december ll. is op Sicilië kunstschilder Ysbrant overleden. Hij werd 84 en kende een dynamisch en boeiend leven. Een terugblik. Geboren in Den Haag 1937 als Ysbrand Dirk van Wijngaarden, studeerde hij achtereenvolgens aan de Central School of Arts and Crafts te Londen, het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen, de Schule des Sehens te Salzburg onder leiding van de grote Oostenrijkse expressionist Oskar Kokoschka en de Academia di belle Arti te Venetië. Ysbrant was een echte Europeaan en woonde en werkte onder meer in Amsterdam, Londen, Parijs, Venetië, Antwerpen en Sicilië. Reeds vanaf 1971 werkte Ysbrant samen met de galerie De Zwarte Panter. Hij nam toen deel aan een groepstentoonstelling. In 1975 hield hij er een solotentoonstelling om er in 1978 zelfs zijn monumentale doek “De Vliegende Hollander” te schilderen, nu in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam. Ysbrant is niet alleen een bevlogen schilder, maar hij creëerde ook een grafisch oeuvre en talrijke bibliofiele edities. In 1982 “Het voltrekken” met vier etsen van Ysbrant, een gedicht van Hugo Raes en een slotwoord van Michel Oukhow; daarna volgt in 2001 “Vergane Dagen”, met vier lithografieën van Ysbrant en vier gedichten van Remco Campert; vervolgens in 2014 “Ysbrant. Schilderijen/Paintings, 2000-2014” met twee etsen door Ysbrant en diverste teksten en tenslotte in 2016 “Langs de kaai”, met vijf gedichten van Remco Campert en tekeningen van Ysbrant. Deze bibliofiele edities werden steeds uitgegeven naar aanleiding van een tentoonstelling in De Zwarte Panter. Ysbrant was dan ook vertegenwoordigd op de schitterende expo in de historische Nottebohmzaal van de Erfgoedbibliotheek in 2018 – 2019. Het werk van Ysbrant bevindt zich inmiddels in belangrijke openbare verzamelingen, naast het Stedelijk Museum Amsterdam bijvoorbeeld ook de omvangrijke collectie Kunst op de Campus Universiteit Antwerpen en het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen (MuHKA). De mecenas, Manfred Heiting, heeft aan de Universiteit Antwerpen en aan het MuHKA een aantal basiswerken van de kunstenaar geschonken. Die werden in 2020 geëxposeerd in het 16e – 17e eeuws pand van de Universiteit Antwerpen “Het Brantijser”, Sint-Jacobsmarkt te Antwerpen. Deze expo werd geopend door Bart De Baere, directeur MuHKA en Ysbrant’s boezemvriend Jan Decleir. Zijn laatste tentoonstelling in de galerie De Zwarte Panter begin 2020 en ingeleid door Jan Mulder, kreeg de titel “The finishing touch”, datgene waardoor een werkstuk geheel voltooid wordt, de laatste afwerking. Deze expo liep samen met de tentoonstelling “Beginnersgeluk” van Jan Decleir, met wie hij ook een huis en atelier in Berchem deelde. De titel “The finishing touch” zou symbolisch blijken. Nadien ging het fysiek achteruit. Gelukkig werd hij opgevangen door zijn goede vriendin Katell Bertrand in haar huis nabij Palermo, waar hij overleed. Geert Van Der Speeten, redacteur cultuur, titelde in De Standaard van 11 december ll. een mooie synthese: “Postuum Ysbrant (1937- 2021). Hij is niet meer, maar zijn doeken wemelen van het leven.” André Béguin (Blois 1927 – Paris 2021) Eind september 2021 overleed de bijzonder sympathieke en intelligente Franse kunstschilder, graficus en auteur André Béguin. Hij stelde in 1972 zijn werk tentoon in de galerie De Zwarte Panter. De tentoonstelling werd geopend door journalist, kunstcriticus en schrijver Piet Sterckx en door Pierre Barbusse, de actieve consul-generaal van Frankrijk. Een prachtige affiche in zeefdruk en beperkte oplage vergezelde de expo, nu een collectors item. De kunstenaar koesterde deze affiche. Ze hing steeds aan de muur van zijn eetkamer in Parijs, als herinnering aan een fijne samenwerking met de galerie. Dat jaar 1972 stond Frankrijk mede centraal in de galerie met de iconische expositie rond één van de belangrijkste galeristen van de tweede helft van de twintigste eeuw Iris Clert “De individualisten van Iris Clert” (Adzak, Chaissac, Nellens, Takis, Jef Verheyen, e.a.) en met een overzicht van de moderne tapijtkunst in Frankrijk “La Tapisserie – Franse Tapijten” (Picard Le Doux, Feito, Gilioli, Lurçat, e.a.). Premie 2022 Dit jaar maakte Fred Bervoets de prent ‘Zelfportret’ als premie voor De Vrienden van De Zwarte Panter. Originele litho in 5 drukgangen, zuurvrij op Zerkall LITHO VI, 300 gram, 59,5 x 80 cm, oplage 65 genummerde en gesigneerde exemplaren, op steen getekend door Fred Bervoets en verzorgd door het Atelier Hans Van Dijck¨ multipels, Antwerpen, Borgerhout. Men kan de premie bekomen door storting van 350 € op rekening IBAN; BE96 0682 0095 2705 op naam van De Vrienden van De Zwarte Panter met vermelding: lidmaatschap 2022

Tot slot nog onze allerbeste Panterwensen voor 2022.

Galerie De Zwarte Panter

ART ANTWERP 2021 – STAND C33
16-19.12.2021

gelieve de covidregels te respecteren
www.dezwartepanter.com

 

PANTERNIEUWSJES September-november 2021

 

 De tentoonstelling Nick Andrews ”Ode To Joy” loopt van 23 september t.e.m. zondag 7 november.

Zij start tijdens het openingsweekend op zaterdag 18 september en zondag 19 september van 11 uur tot 19 uur. Nick Andrews woont en werkt in Antwerpen en Saint-Bonnet Troncais, Frankrijk. In maart 1997 had hij zijn eerste tentoonstelling in de galerie De Zwarte Panter, onder de titel “Let’s get Lost”. De thans aangekondigde expositie “Ode To Joy” is de twaalfde in de reeks, opnieuw met uitgave van een boek en bibliofiele editie met een brief van Jeroen Olyslaegers. Een schilderij van hem werd geselecteerd voor de belangrijke tentoonstelling “Sanguine – Luc Tuymans on Baroque” in de Fondazione Prada te Milaan van 18.10.2018 tot 25.2.2019. In deze expositie onderzocht curator Luc Tuymans de bindingen tussen de Barok en de maatschappij en de kunstwereld van vandaag. Aldus ontstond een spannende dialoog tussen de werken van hedendaagse kunstenaars en de Oude Meesters uit de 17° eeuw. Nick Andrews was vertegenwoordigd met het schilderij “La Danse Décadanse” uit 2011. In het cahier dat bij die gelegenheid werd uitgegeven, wordt zijn oeuvre als volgt omschreven: “Nick Andrews (London, 1972) is a mid-career painter in Belgium. The opulence of his works’ language seems to offer viewers the opportunity to lose themselves in the pictorial lavishness. His subjects are travel images, exotic landscapes, abandoned hotels, sex clubs, swimming pools, and decrepit entertainment parks, which he depicts more in terms of their atmosphere than their appearance. He paints a perversely deceptive dimension of pleasure and entertainment using gestural brushstrokes and loud, visually cogent tones in the use of contrasting primary colours.” De bibliofiele uitgaven van Nick Andrews, met tekst van Jeroen Olyslaegers, waren ook te zien in de expositie “Schilders & Schrijvers – Vijftig jaar galerie De Zwarte Panter in druk 1968-2018” in de historische Nottebohmzaal van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, te Antwerpen. In de tentoonstelling “Ode To Joy” in galerie De Zwarte Panter gaat Nick Andrews een visuele interactie aan met de toeschouwer. Hij laat de mens zien in zijn hunkering naar vrijheid en feest. De schilderijen worden gekaderd in ontmoetingen en samenkomsten en zijn verbeeld in theatrale snapshots en selfies die eigen zijn aan deze tijdsgeest. Een parade aan personages die uit mythologische, historische en het alledaagse tot leven komen. Zoals in Andrews’ reeks van zes grote schilderijen (250 x 140cm), ontstaan gedurende de laatste twee jaar, krijg je echo’s van plastische linken die worden gelegd met Jheronimus Bosch “De Marskramer (De Landloper)” (circa 1500- 1510), Eduard Manet “Vagabond” (1862) en Edgar Degas’ interpretatie van de flaneur rond diezelfde periode. Het beeld heeft ook het fysische aspect van het bijeen zijn in de traditie van een Jacob Jordaens’ “De Koning Drinkt” (1640) en recenter nog Fred Bervoets’ “Ruzie in de Galerie” (1982). Hoe verhouden wij ons tot deze beelden en onze kijk op de geportretteerde? Zoals Andrews zijn interesse in Oskar Kokoschka’s pop van Alma Mahler. Na hun liefdesbreuk liet Kokoschka deze pop naar haar gelijkenis maken, waarna hij er geobsedeerd mee pronkte. De pop maakt haar intrede in Nick Andrews’ schilderijen. Ze lijkt een metafoor om het beeld te saboteren maar geeft met haar présence een uitbundig en speels karakter aan. Zie de reeks schilderijen “le temps de l'insouciance”(2019-21). De reeks werken van “Ode To Joy” waaronder schilderijen op doek, gemaroufleerd papier, collages en keramiek tonen kleurrijke taferelen en impressies die zo eigen zijn aan Nick Andrews’ “primaire” kleurgebruik en zijn onderbouwd door literaire en persoonlijke notities. Het zijn complexe composities ondersteund door gestuele en gedirigeerde penseelstreken die diepte weergeven alsook een “horror vacui” oproepen. De nachtelijke roes wordt af en toe onderbroken door een ochtendlijke contemplatie. Het is een mijmering van komen en gaan. “…”Ode To Joy” is een ode aan kleur, aan kunst en aan samenzijn. Het is gelijk het leven zelf…” aldus Jeroen Olyslaegers. Ode To Joy Bibliofiele en gewone editie Het boek Ode To Joy van Nick Andrews met een brief van Jeroen Olyslaegers, en vormgegeven door Thomas Soete, verschijnt naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling in Galerie De Zwarte Panter te Antwerpen van 18 september tot en met 7 november 2021. Er verschijnt tevens een bibliofiele editie in een cassette met een origineel werk van Nick Andrews op een keramisch paneel van steengoedklei in een oplage van 20 exemplaren, genummerd van 1 tot 20, uitgegeven door de Vrienden van de Zwarte Panter en uitgevoerd door Atelier Jansen. De intekenprijs van deze bibliofiele editie bedraagt 450 euro, te storten op rekening-nummer IBAN: BE96 0682 0095 2705 van de Vrienden van De Zwarte Panter. De gewone editie is verkrijgbaar in de galerie en in de betere boekhandel tegen de prijs van 30 euro, verzendingskosten niet inbegrepen.

De tentoonstelling Fred Bervoets “t’is wa ’t is”

loopt nog tot en met 12 september in de galerie. Zij omvat meer dan zeventig nieuwe werken, alle geconcipieerd in de periode 2019-2021

Tom Liekens Sauvage

Tom Liekens geeft in zijn solotentoonstelling ‘Sauvage’ uitdrukking aan het dierlijke in de mens en het humane in dieren. In zijn monumentale schilderijen, houtsneden en collages toont hij onze dubbelzinnige houding tot de natuur. De mens heeft de drang de natuur te beheersen en zichzelf erboven te stellen. We zijn echter ook maar dieren. We leven meer volgens dierlijke instincten dan we willen toegeven.” De tentoonstelling loopt van 4 tot 26 september en is zonder reservatie te bezoeken op zaterdagen van 13.30 tot 18 uur en zondagen van 11 tot 18 uur. De opening vindt plaats op vrijdag 3 september 2021 om 20 uur in cultuurhuis de Bijl, Dorp 1, 2980 Zoersel. Inleiding door Luc Janssen, radio en televisiemaker in gesprek met de kunstenaar. Vanwege de coronamaatregelen moet men inschrijven voor de opening. Stuur hiervoor een e-mail naar cultuur@zoersel.be met vermelding ‘receptie Tom Liekens’ en het aantal bezoekers + naam of geef uw gegevens door via telefoon 03 2980 0 00. Michel Buylen "Making My Past" mudel, museum van Deinze en de Leiestreek – is verlengd tot en met zondag 19 september. L. Matthyslaan 3-5, 9800 Deinze tel. 09/381 .96.70 - www.mudel.be - museum@deinze.be Open op weekdagen: 14 tot 17.30 zaterdag en zondag: 10 tot 12 u en 14 tot 17 u maandag gesloten.

PANTERNIEUWSJES Zomer 2021 DEEL 2

De tentoonstellingen van Marc Kennes, The Hidden Truth en Roger Van Akelyen, Resumé lopen nog tot zondag 13 juni. De catalogus die ter gelegenheid van de tentoonstelling werd uitgegeven door de Vrienden van de Zwarte Panter met tekst van Ernest van Buynder is nog verkrijgbaar aan 10 €. Museum De Reede (MDR) in Antwerpen, uitsluitend gewijd aan grafische kunst, is een initiatief van de Nederlander Harry Rutten, die zijn kunstverzameling met vooral prenten van Goya, Rops en Munch aan een Belgische Stichting schonk. De unieke en nog steeds groeiende MDR-collectie omvat niet alleen werk van drie meesters in de grafische kunst, Francisco Goya, Félicien Rops en Edvard Munch die de kern van de verzameling vormen, maar ook, Käthe Kollwitz, Max Beckmann, Jacob Toornvliet, Théophile Alexandre Steinlen zijn vertegenwoordigd, naast een twintigtal Belgische kunstenaars als Rik Wouters, James Ensor, Eugeen Van Mieghem, Henri Evenepoel, Gustave Van de Woestyne, Hugo Claus en de bekende Antwerpenaars Fred Bervoets, Jan Decleir, Luc Tuymans en Tom Liekens. Het museum bevindt zich aan de Ernest Van Dijckkaai, naast het Eugeen Van Mieghem Museum, recht tegenover het Steen. Goya, Rops en Munch hebben er elk hun eigen zaal. Twee andere ruimtes herbergen dan weer de overige werken uit de collectie, onderverdeeld in één ruimte Belgische kunstenaars en één ruimte internationale grafici.De recente uitbreiding voegt nu, na renovatie en inrichting van een recentelijk verworven aangrenzend perceel, 200m² aan de originele tentoonstellingsruimte toe, waardoor toekomstige tijdelijke tentoonstellingen voortaan een eigen permanente ruimte krijgen. Käthe Kollwitz "Saatfrüchte sollen nicht vermahlen werden" Tentoonstelling nog tot 19.07 Wij kennen allen Käthe Kollwitz voor haar iconische Treurend Ouderpaar op het soldatenkerkhof van Vladslo, maar we beseffen weinig hoe iconisch haar plaats was in het Duitsland van de twintigste eeuw. Deze tentoonstelling toont vooral werken van tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Deze betekende een cesuur in haar werk. Voor de oorlog was Kollwitz een academische, technisch virtuoze grafische kunstenaar, die zich voor haar sociaal geëngageerd werk niet inspireerde op de dagelijkse realiteit, maar op historische gebeurtenissen. Zij excelleerde vooral in de ets, waarvan Selbstbildnis uit 1912 een mooi voorbeeld is. Buiten schetsen maakte zij weinig werk tijdens de oorlog. Zij werd opgeslorpt door de dokterspraktijk van haar man en vooral verteerd door verdriet om het verlies van haar zoon Peter in de eerste maanden van de oorlog. Pas op het einde van de oorlog begreep Kollwitz de zinloosheid van dit bloedbad en van de miserie van het volk dat achterbleef. Dit hele verhaal is terug te vinden in de naoorlogse cyclus Krieg, waarin ze het offer van de moeder, de vrijwilligers die vertrekken in blinde waan, de rouw van de ouders en de weduwen en ten slotte het arme, uitgehongerde volk in beeld brengt. Kollwitz verliet op dit punt de ets voor de meer expressieve houtsnede. Haar nieuwe stijl wordt gewoonlijk expressionistisch genoemd, maar had meer verwantschap met de neogotische stijl van Ernst Barlach. Kollwitz had een hekel aan de expressionisten, hoewel er zeker gelijkenissen zijn met SchmidtRottluff en Kirchner. Ook worden een aantal crayon- en houtskooltekeningen, deels op papier, deels als lithografie of transfer-lithografie (de tekening op papier wordt op lithografische steen getransfereerd) tentoongesteld. Zij tonen een zeldzaam aspect van Kollwitz, die hier vrij oefent en schetst en toont hoe sterk ze is als ze niet begrensd wordt door de beperkingen van de techniek. Daarnaast worden ook enkele beeldhouwwerken getoond. Laat in haar ontwikkeling ging Kollwitz immers naar Parijs om sculptuur te leren, al zij worstelde lang met de techniek. Waarom dan Saatfrüchte sollen nicht vermahlen werden als titel voor deze tijdelijke tentoonstelling? Het is de titel van haar laatste lithografie. In de laatste dagen van de oorlog, toen de glorieuze Duitse cultuur onderging in de geallieerde bombardementen, greep zij terug naar Goethe, protagonist van de klassieke Bildungskultur: het zaaigoed zal niet vermalen worden. Daar waar een natie zijn kinderen offert, eindigt de beschaving. Ernest Van Dijckkaai 7 B – 2000 Antwerpen T. +32 (0)3 434 03 04 info@museum-dereede.be museum-dereede.com Open op vrij, za, zon, ma van 11.00 tot 17.00 uur en na afspraak. Michel Buylen "Making My Past" in het museum van Deinze en de Leiestreek - mudel vanaf 25 juni Michel Buylen ( 0 Gent, 1953) is reeds meer dan vier decennia werkzaam. Zijn parcours is zeer standvastig, het kwaliteitsgehalte verbluffend hoog. Als kunstenaar is hij geen tafelspringer, zodat zijn werk al te vaak verscholen blijft voor de mainstream media. Nochtans is hij evenmin een heremiet die zich in een grot met acrylverf terugtrekt, noch de heimelijke kunstenaar van wie we pas na overlijden een zolder vol meesterwerken ontdekken. Integendeel, Michel Buylen is springlevend. Steunend op een rijke culturele bagage en aangevuurd door actualiteit blijven zijn observaties messcherp

Making My Past Michel Buylen

Ondanks de onophoudelijke stroom van artistieke creaties binnen een kunstwereld verzadigd van recente pogingen tot hyperrealisme (althans in de betekenis die er kunsthistorisch aan wordt gegeven, zijnde een perfecte weergave van de realiteit), is het onmogelijk aan dit werk voorbij te lopen. Niet alleen betreft het bij Michel Buylen geen hyperrealisme — want hier is veel meer aan de hand — maar het werk doet ook telkens wat een goed kunstwerk hoort te doen: het grijpt ie, en laat ie niet meer los. Wanneer we de term 'hyperrealisme' aftoetsen aan zijn oeuvre, dan brengt de etymologische ontleding ervan ons zelfs nog dichter bij de essentie van zijn werk. Het Griekse 'hyper' laat zich immers ook vertalen als 'boven' of 'verder', net als het Latijnse 'super'. Bij het observeren van zijn werken overvalt de toeschouwer eenzelfde verwondering als bij Van Eyck's bolle spiegel in het Arnolfini huweliiksportret, het geschraapte parket van Caillebotte, die parel van Vermeer of de curvatuur van de bovenlip bij Gustave De Smet. Zelfs de naakten die wegkijken of verzonken zijn in gedachten, vragen steeds weer de aandacht, met hun huid, billen of borsten. Het doorgaans kleine formaat van zijn werken versterkt de aansporing tot het aandachtig kijken. Bij een belangrijk deel van de werken van Michel Buylen is de identiteit van het model ondergeschikt aan het onderwerp. In zekere zin kunnen we deze werken als symbolistisch gaan interpreteren, of als 'neosymbolisme' zoals Willem Elias het in zijn Aspecten van de Belgische kunsten na '45 omschreef. Dit komt het best tot Uiting wanneer Michel Buylen zijn modellen in een landschap plaatst. In de doorgaans fictieve composities sacraliseert hij zowel natuur als figuur. Door de mystiek die aldus ontstaat, overtreft het geheel de som der delen. Echter in andere gevallen dialogeert Michel Buylen eerder met het karakter en de fysionomie van de geportretteerde. Die versmelting tot een echt en authentiek portret is volgens de kunstenaar een boeiend proces en niet zelden wordt de afgebeelde daarbij met zichzelf geconfronteerd. De vraagstelling 'Hoe zien we onszelf?' versus 'Hoe ziet iemand anders ons?' is hier bijzonder interessant, het 'aangezicht haarscherp neergezet door de kunstenaar. Tot op vandaag heeft de kunstenaar geen enkele uitdaging als te moeilijk aan de kant geschoven. Zo schildert hij bijvoorbeeld ook met grote regelmaat marines, waarbij hij zijn techniek kan botvieren in de schuimende golven of het aangespoelde water. De natuur an sich blijft doorheen heel zijn carrière een onuitputtelijke inspiratiebron. Michel Buylen is een kunstenaar die de mogelijkheden van zijn medium ten volle exploreert en ook de voordelen benut die nieuw ontwikkelde materialen hebben. Zo schakelt hij in 1986 over naar acrylverf, omdat inkt en kleurpotloden hem uiteindelijk beperken. Van meet af aan heeft hij ook de oude meesters bestudeerd en hun technieken geabsorbeerd, maar nieuwe tools laten hem toe om verder te gaan. Hoewel hij geen enkele academische opleiding genoot, slaagde hij er in zeer korte tijd in om zijn gekende perfectie te bereiken. Als we hem dan toch enig kluizenaarschap toedichten, dan is dit enkel met betrekking tot zijn kleine atelier, hoog in zijn Gentse burgerwoning. Translucentie en kleurechtheid behoren er tot zijn vaste jargon. Naar aanleiding van de retrospectieve in het Museum van Deinze en de Leiestreek verschijnt het gelijknamige boek uitgegeven door Hannibal Books met teksten van Paul Huvenne, Wim Lammertijn en Maximiliaan Martens waarin meer dan honderd werken uit de hele carrière van Michel Buylen bij elkaar zijn gebracht. De publicatie is te koop in de mudelshop aan 39,50€.. Een bibliofiele editie, Making My Past, beperkt tot 15 exemplaren, werd uitgegeven door de Vrienden van De Zwarte Panter, vormgegeven door Thomas Soete en uitgevoerd door Boekbinderij Jansen. Deze editie bevat een originele kleurpotloodtekening L’Œil de Steph door Michel Buylen. De prijs bedraagt 800 € en kan gestort worden op rekening IBAN: BE96 0682 0095 2705 van vzw Vrienden van De Zwarte Panter. Vernissage op 25 juni van 16 u tot 22 u. Reserveer via https://makingmypast.eventbrite.be De tentoonstelling loopt t.e.m. 12 september 2021 in het mudel.

Museum van Deinze en de Leiestreek – mudel. L. Matthyslaan 3-5, 9800 Deinze Tel: 09/381 .96.70 - www.mudel.be - museum@deinze.be Open op weekdagen: 14 tot 17.30 zaterdag en zondag: 10 tot 12 u en 14 tot 17 u maandag gesloten.

PANTERNIEUWSJES Zomer 2021

De tentoonstelling van Fred Bervoets, t’is wa t’is start tijdens het openingsweekend op zaterdag en zondag 19 en 20 juni van 11u00 tot 19u00 en loopt van 24 tot en met 12 september. FRED BERVOETS – “t’is wa t’is” Fred Bervoets (Burcht 1942) studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, waar hij docent werd, en aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen. Hij werkt nu meer dan een halve eeuw samen met galerie De Zwarte Panter Antwerpen. In zijn carrière heeft hij in één constante lijn van hoge intensiteit en grote kwaliteit talrijke periodes gekend en verschillende reeksen gerealiseerd. Zijn oeuvre wordt thans in binnen- en buitenland getoond en als belangrijk erkend. Het zeer grondig, duidelijk en verhelderend essay in het meest recente boek (Fred Bervoets 2015-2019, Hannibal 2019) van dr. Paul Huvenne, ere-administrateur-generaal van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen en het inspirerend artikel van Bart De Baere, directeur van het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKA) in het vorige boek over het oeuvre van Fred Bervoets 2013-2015, schetsen niet alleen zijn unieke positie in de actuele kunstscène, maar plaatsen hem ook in een historische context, met referentie naar Pieter Bruegel. In de expositie “Sanguine – Luc Tuymans on Baroque” in het M HKA en in de Fondazione Prada te Milaan in 2018/2019 komt gelijkaardige stellingname van actuele betekenis en historische referenties, meer bepaald naar de barok, naar voren. In de uitgebreide catalogus van de tentoonstelling in Milaan verwijst Ken Pratt in het essay “Baroque My World – Dramatis Personae” onder het lemma “Picturing the Baroque” naar de schilderkunstige kwaliteiten van Fred Bervoets die aansluiten bij de barok. Bervoets lijkt dus een figuur met een brede en diepe historische verankering en een hedendaagse relevantie. Ken Pratt alludeert ook op de rol die hij gespeeld heeft als mentor van jonge kunstenaars. En inderdaad, net als Rubens ook nog leermeester was voor een generatie in de eerste helft van de 17de eeuw, heeft Fred Bervoets in en rond de Antwerpse Academie een ganse groep talentvolle artiesten gevormd en waarvan sommigen eveneens in de betreffende expositie te Antwerpen en Milaan waren opgenomen: Vaast Colson, Nadia Naveau, Nick Andrews, Dennis Tyfus, … In de zomer van 2019 was werk van Fred Bervoets ook te zien in het Plantin Moretus Museum in de tentoonstelling: De Grotesken, een fascinerende fantasiewereld. In de expo plaatst Fred Bervoets zich in de lijn van Bosch, Bruegel en James Ensor. In de nieuwe opstelling van de collectie van Museum De Reede te Antwerpen is werk van Fred Bervoets opgenomen, naast bv. Tom Liekens en Jan Decleir, maar ook Ensor, Goya en Munch. Een kort overzicht met een keuze uit zijn voornaamste eerdere tentoonstellingen. - In 1982 krijgt hij een overzichtstentoonstelling “Fred Bervoets, schilderijen en grafiek” in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA). - Internationaal kan gewezen worden op de selectie voor de 17de Biënnale van Sao Paulo 1983, een van de belangrijkste kunstmanifestaties ter wereld. In datzelfde jaar ontvangt hij een “Lobende Anerkennung” door de jury van de derde Biënnale van de Europese grafiek van Baden-Baden. - In 1985 wordt hij door de Berlijnse curator Thomas Kempas geselecteerd voor de expo “Obsessionen und Gesichte – Kunst aus Flandern” in Haus am Waldsee Berlijn, later naar Hannover. In datzelfde jaar stelt hij tentoon in het Internationaal Cultureel Centrum te Antwerpen onder de noemer: “ti:jkene” (tekenen). - In 1989 wordt hij door Jan Hoet uitgenodigd voor de expo “Open Mind (gesloten circuits)” in het Museum van Hedendaagse Kunst en Museum voor Schone Kunsten te Gent.

- In 1990 ontvangt hij een Onderscheiding van de Vlaamse Gemeenschap, de zogenaamde Staatsprijs voor Beeldende Kunst en een jaar later een overzichtstentoonstelling in het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst (PMMK) te Oostende. - In 1994 is er de belangrijke duo-tentoonstelling “Jean-Michel Basquiat – Fred Bervoets” in het Center for the Performing Arts, Scottsdale (USA) met werk uit de wereldbefaamde collectie van Stéphane Janssen. - In 2001 stelt hij individueel tentoon te Moskou in de Humanitaire Staatsuniversiteit van Rusland onder de titel “Fred Bervoets in Moskou”. - In 2007 is er met zijn oud-studenten de belangrijke expositie in het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKA) met als motto “Welcome Home. Hommage aan Fred Bervoets”. De huidige tentoonstelling in de Galerie De Zwarte Panter “t’is wa t’is” omvat een zeventigtal nieuwe werken, alle geconcipieerd in de periode 2019-2021. Ook in deze expositie grijpt Fred Bervoets op een unieke wijze terug naar historische referentiepunten. Enkele voorbeelden: “Mijn stad” (2020) kan als een actuele interpretatie van “Dulle Griet” (1561) van Pieter Breughel beschouwd worden. Ook in “Mijn stad” zie je die voorliefde voor het groteske, tragikomische en dramatische, in een overvol tafereel. “Sara (naar Rousseau)” (2020) is een pakkend werk, geïnspireerd door Henri Rousseau, genaamd Le Douanier. Fred’s dochter Sara zit met dolk en fakkel op een paard, met op de grond dode lichamen (corona-doden?). Ook bij Bervoets die instinctmatige compositiekracht en een heel persoonlijk en frapperend beeldverhaal en coloriet. In het werk “Vincent” is er een allusie op de tragiek van Vincent van Gogh’s leven en werk. Ter ere van Van Gogh participeerde Fred Bervoets in de nu reeds legendarische Van Goghfietsroutes: in 1984 met start in Auvers-sur-Oise, sterfplaats van Van Gogh (1890) en aankomst in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen, waar Vincent eind 1885 – begin 1886 was ingeschreven en in 1990 de omgekeerde route: van Zundert, geboorteplaats van Vincent (1853) naar Auvers-sur-Oise. “Café Dolf” (2021) herinnert aan heroïsche drink- en biljartpartijen in het café op de hoek van de Hoogstraat en Sint-Jansvliet. In een heel eigen interpretatie is het ook een onrechtstreekse hommage aan Van Gogh’s “Het nachtcafé” (1888), uit zijn periode in Arles. Een brief hierover van Vincent aan zijn broer Theo (september 1888) kan ook voor Fred gelden: “In dit werk heb ik de ontzagwekkende hartstochten van de mensheid willen uitdrukken.” En er zijn natuurlijk de talrijke zelfportretten, atelierbeelden en familietaferelen. “Sara, Lutgart, ik” (2020) toont zijn echtgenote Lutgart die zijn kop sculpteert, Sara die tekent en Fred voor de schildersezel. De geboorte van zijn kleinzoon Ferre staat centraal in tal van werken, zoals o.m. “Drie Koningen” (2021), waar drie eerder louche figuren opduiken met maskers (een referentie naar mondmaskers?). “Nevada” (2020) herinnert aan zijn project in de Nevada-woestijn in de USA. Op uitnodiging van zijn collega-kunstenaar Albert Szukalski realiseerde hij in de spookstad Rhyolite in 1994 de sculptuur “Tribute to Shorty Harris”. Dit werk maakt nu deel uit van het nog steeds bestaande Goldwell Open Air Museum. “Ik als soldaat” (2021) is dan weer een souvenir naar zijn legerdienst in 1963 als verkenner – RECCE – bij de 3de Cyclisten, een elite-bataljon. En dit is maar een greep uit de schitterende reeks van beelden. Om het met zijn eigen woorden te zeggen: “t’is wa t’is”. En nu uitkijken naar 2022 wanneer een nieuw boek verschijnt over zijn huidig werk met een essay van dr. Paul Huvenne, naar aanleiding van zijn 80ste verjaardag.

Graag U reservatie mailen naar galerie@dezwartepanter.be

of bellen naar Adriaan op 0474 54 54 72.

Uitzonderlijk registratie ter plekke.

Graag U reservatie mailen naar galerie@dezwartepanter.be

of bellen naar Adriaan op 0474 54 54 72.

Uitzonderlijk registratie ter plekke.

Galerie De Zwarte Panter
Hoogstraat 70-74
B-2000 Antwerpen (Belgium)
tel +32 (0)3 233 13 45
Mob.+32(0)474545472
Adriaan Raemdonck

Vrienden van De Zwarte Panter    Hoogstraat 70-74 2000 Antwerpen

PANTERNIEUWSJES April – Juni 2021

De tentoonstellingen van Marc Kennes, The Hidden Truth en Roger Van Akelyen, Resumé starten tijdens het openingweekend van zaterdag 10 en zondag 11 april van 11u00 tot 19u00 en eindigen op zondag 13 juni.

MARC KENNES: “THE HIDDEN TRUTH”. In 1988 heeft de toen jonge kunstenaar Marc Kennes (Wilrijk 1962), oud-student van de Antwerpse Academie en van het Nationaal Hoger Instituut, zijn eerste expo gehad in de Galerie De Zwarte Panter te Antwerpen. Dit was de start voor een blijvende samenwerking met deze galerie, waar hij inmiddels biënnaal of triënnaal exposeerde, telkens met diverse invalshoeken. De titels van zijn expo’s in het voorbije decennium geven hiervan een beeld: Requiem for M. (2011), Shostakovich (2013), Bright Absent (2015), Territorium (2018), telkens met catalogus en bijhorende essays. Al zijn de invalshoeken verschillend, het basisthema blijft steeds hetzelfde: de zoektocht van de kunstenaar naar zichzelf. Het nu reeds omvangrijk oeuvre van Marc Kennes moet je plaatsen binnen de artistieke en intellectuele stromingen van zijn tijd. Opvallend aan de startperiode – de jaren tachtig – is dat niet alleen bij de Duitse neo-expressionisten (Neue Wilden), maar ook in Vlaanderen en internationaal een hernieuwde belangstelling ontstond voor de schilderkunst, en dit zowel voor de figuratieve als voor de abstracte richting. Marc Kennes heeft resoluut voor de figuratie gekozen. De picturale grenzen van wat met kleur en vorm te bereiken valt, heeft hij de voorbije decenina drastisch verlegd. Zo heeft hij binnen die nieuwe figuratieve schilderkunst een eigen positie ingenomen met een herkenbare stijl. De vrijheid van schilderen uit zich in ongedwongen streken en felle kleuren waarmee hij zijn innerlijke gevoelswereld weergeeft. Zijn constante bekommernis bestaat erin om door te dringen tot de diepe zin van het leven en om na te gaan wat zich achter de representaties afspeelt. Een kunstenaar als Marc Kennes durft zich bij uitstek blootstellen aan fundamentele vragen. Het wezen van zijn kunst is misschien wel het bezweren van de existentiële menselijke angst. Met zijn schilderijen, tekeningen en grafiek houdt hij zichzelf en de toeschouwer een spiegel voor: soms heel rechtstreeks, rauw en confronterend, soms indirect, subtiel en gevoelig. Zijn existentieel expressionisme verwijst naar la condition humaine, het menselijk tekort zoals André Malraux dit schetste in zijn roman “La condition humaine” (Prix Goncourt 1933). Kenmerkend voor Marc Kennes is bovendien zijn zoektocht naar de essentie van de schilderkunst en van het beeld. Dit alles komt nog intenser tot uiting in de huidige expositie 2021, getiteld “The hidden truth”, vertrekkend van drie uitgangspunten, die hij zeer persoonlijk interpreteert. Vooreerst de Metamorfosen van Ovidius. Marc Kennes heeft het Metamorfosenboek van Ovidius niet letterlijk picturaal vertaald, maar een eenentwintigste eeuwse versie gegeven, met taferelen die getuigen van een moderne mensvisie en hierdoor bijdragen tot de ontsluiting van het essentiële. De thematiek van de metamorfose, van de transformatie – mens, dier, natuur -, ontsluit bij de kunstenaar de diepste processen die hij in de mens aanwezig acht. De mens die een evenwicht zoekt tussen orde en verbeelding in een complexe realiteit. De mens die steeds op weg is, in voortdurende evolutie, immer op zoek naar meerwaarden. Een tweede uitgangspunt: de moderne en invloedrijke Franse filosoof Georges Bataille, in Parijs vriend van de surrealisten, heeft in zijn boek “Les larmes d’Eros” (1961) een bijzondere moderne visie gegeven over eros en thanatos, over liefde en dood. Em. prof. dr. Willem Elias acht Georges Bataille als de basisfiguur van de voorbije eeuw voor het erotisme als filosofie. Voor Bataille is het erotisme de bevestiging van het leven tot in de dood. En Marc Kennes zet dit om in pakkende, naakte, kwetsbare beelden, met attributen van sterfelijkheid. En dan is er als derde element de introspectie in het landschap, dat hij persoonlijk vertaalt. Het landschap wordt door de kunstenaar gezien als een paradox van schoonheid en verval. Zijn werk heeft in de voorbije decennia ook internationale belangstelling gekregen met tentoonstellingen in Nederland, Duitsland, Japan, China, maar vooral Zwitserland door Espace Nicolas Schilling et Galerie te Neuchâtel. Besluit: de reflectie van Marc Kennes op Ovidius’ Metamorfosen, op de begrippen van Georges Bataille rond eros en thanatos, op het landschap, versterkten het thema van zijn persoonlijke zoektocht naar zelfkennis in zijn werk. André Malraux heeft dit kernachtig omschreven in zijn essaybundel “Les voix du silence” (1951) waarin hij stelt: “La biographie d’un artiste, c’est sa biographie d’artiste, l’histoire de sa faculté transformatrice”. En deze stelling is volkomen van toepassing voor de huidige evolutie in het oeuvre van Marc Kennes. Ernest Van Buynder, erevoorzitter MuHKA. Ter gelegenheid van de tentoonstelling wordt een catalogus uitgegeven door de Vrienden van de Zwarte Panter. Een bibliofiele editie op 20 exemplaren bevat twee ingekleurde etsen van Marc Kennes. ROGER VAN AKELYEN: “RESUMÉ”. Roger Van Akelyen (Antwerpen 1948) was een klasgenoot van Adriaan Raemdonck op de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Dit was de start van een vriendschappelijke samenwerking die tot op de dag van vandaag duurt. In de oude Zwarte Panter hielden in 1969 Anton Van Omme en Roger Van Akelyen een expositie, met affiche, waarvoor de kunstenaars de etstechniek gebruikten. Anton Van Omme en Jos Hendrickx waren de docenten grafiek op de Antwerpse Academie. Die expo werd geopend door Stanislas Van der Brempt, docent kunstgeschiedenis op dezelfde Academie. Roger Van Akelyen drukte ter gelegenheid van de opening van de Galerie De Zwarte Panter in de SintJulianuskapel, Hoogstraat te Antwerpen in 1970 “Map 1” met 4 etsen van Wilfried Pas, Jan Vermeiren, Wilfried Genard en Maurice Van Den Dries, meteen de start van het etsatelier Panter Print. De Panter Print werkt als het gravureatelier van de Galerie De Zwarte Panter tot op heden in een belendend pand onder zijn leiding verder. In dit atelier verzorgde hij als een meester-drukker dus ook prints voor Fred Bervoets en een reeks andere kunstenaars. In de catalogus “Schilders & Schrijvers – vijftig jaar Galerie De Zwarte Panter in druk – 1968-2018”, uitgegeven ter gelegenheid van de jubileumtentoonstelling in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience te Antwerpen, staat een volledig overzicht van de bibliofiele edities van de galerie, met telkens aanduiding van de drukker. Uit deze ‘catalogue raisonné’ blijkt de grote betekenis van de Panter Print voor de ontwikkeling van de grafiek. Roger Van Akelyen heeft inmiddels een persoonlijk oeuvre uitgebouwd, dat regelmatig in de Galerie De Zwarte Panter en elders werd getoond. Hij is daarbij steeds gewoon zijn eigen weg gegaan: als meestergraficus met prachtige etsen, al dan niet met kleur opgehoogd, als tekenaar met onder meer schitterende pastels, als driedimensioneel kunstenaar met verrassende kijkkastjes. De kunstenaar introduceerde bevreemdende, absurdistische elementen in zijn evocaties van de menselijke ellende, maar ook van het humane geluk. De huidige expositie werd “Resumé” genoemd en geeft een overzicht van recent werk rond tekeningen met kleurpastel en met Conté-potlood enerzijds en kijkkastjes anderzijds. Ieder werk heeft een eigen verhaal. Zo geeft de kunstenaar in een pastel zijn persoonlijke versie van het Cyrano de Bergerac-verhaal van Edmond Rostand. Een andere pastel is een pakkende hommage aan Jan Cox. Er is ook een ‘Thuiskomst’, een Welcome Home. Hij is – zo blijkt andermaal – een kunstenaar met een eigen invalshoek, een open geest. De tentoonstelling van Tom Liekens, Dog Years, loopt nog tot en met zondag 4 april en de galerie is uitzonderlijk geopend vanaf 11u00 tot 18u00. MONO. Come up and see my prints! In het Jakob Smitmuseum in Mol, cureert Tom Liekens een tentoonstelling van hedendaagse kunstenaars en tijdgenoten van Smits die elk op hun manier het medium grafiek heruitvinden. Felicien Rops - Fred Bervoets - Caroline Coolen - Jan Decleir – James Ensor - Camille Dufour – Johan Gelper – Hadassah Emmerich - Tom Liekens – Roger Van Akeleyen - Gert & Uwe Thobias – Lieven Segers – Jules Smalzigaug – Floris Jespers – Peter Rogiers – Adriaan Marin - Idun Baltzersen – Stephan Balleux – Jakob Smits De tentoonstelling loopt nog tot 18 april. Jakob Smitsmuseum, Sluis 155a, 2400 Mol /jakobsmits@gemeentemol.be Reserveren is noodzakelijk, via www.jakobsmits.be of 014 31 74 35 Het museum is open van dinsdag tot en met zondag van 13 tot 17u. ZOOLOGY Jardin Zoologique de Gand Zebrastraat Gent Dit project gaat in op de voormalige dierentuin van Gent en de algemene dynamieken van de zoo. In de tentoonstellingszalen van de Zebrastraat komt een dialoog tot stand tussen het werk van internationale hedendaagse beeldende kunstenaars en diverse archivalia. De expositie toon werk van Alexi Williams Wynn (VK), Carsten Höller (BE), Chaim van Luit (NL) - Filip Van Dingenen (BE) - Guy Slabbinck (BE) - Katleen Vinck (BE) - Maarten Vanden Eynde (BE) - Maya Zack (IL) - Nick Ervinck (BE) - Shikh Sabbir Alam (BD) - Tom Liekens (BE) - Wesley Meuris (BE). Zoology wordt gecureerd door Benedict Vandaele in samenwerking met Stichting Liedts-Meesen. Van 24 april tot en met 9 mei 2021 in Zebrastraat, open zaterdag en zondag van 10u tot 18u. Gratis toegang. www.zebrastraat.be Antwerp Art Weekend 2021 De Zwarte Panter neemt deel aan het Antwerp Art Weekend van donderdag 13 mei tot zondag 16 mei